Welkom » korte verhalen » ‘Wie de dame van zijn gastheer schaakt…’

Wie de dame van zijn gastheer schaakt…
De belevenissen van een flamboyante man in de jaren zestig

“Kijk, Herman,” zei mijn oom, met een wijsvinger naar zijn spiegelbeeld wijzend, “in de spiegel draag ik een Amerikaanse stropdas.”
Hij stond ietwat wijdbeens voor de manshoge spiegel, die aan de middelste deur van de driedeurs linnenkast hing. In de spiegel keek hij terloops naar Antonella. Ze lag met opgetrokken benen en een hand onder haar hoofd op het tweepersoonsbed achter ons en bekeek aandachtig een brochure.
Zelf stond ik schuin achter mijn oom, met over een onderarm een selectie van zijn allermooiste stropdassen. “Een Amerikaanse stropdas?’ vroeg ik.
Hij gniffelde. Zijn gezicht verraadde enig genot in de mogelijkheid weer wat kennis aan mij over te dragen.
“Inderdaad. In Europa lopen de schuine strepen op dassen meestal van de linkerschouder naar de rechterheup. In Amerika is dat precies andersom.”
“En wat heeft deze spiegel daarmee te maken?” vroeg ik.
Hij draaide zich naar mij toe, wees naar zijn borst en vervolgens naar de spiegel. “Spiegelbeeld, jongen. Spiegelbeeld.”
“Ach natuurlijk, spiegelbeeld,” zei ik, alsof ik op een stommiteit was betrapt.
“Heb je een keuze kunnen maken, Oscar?” vroeg Antonella. Ze sloeg haar welgevormde benen over de rand van het bed, legde de brochure open naast zich neer en trok een verwachtingsvol gezicht. Mijn oom draaide zich om.
“Nee, schat. Heb jij een idee?”
“Wel, bij die grijze broek en dat witte overhemd… ik zou een stropdas kiezen met wat grijs erin.”
“Natuurlijk,” antwoordde mijn oom opgetogen. “De dame heeft helemaal gelijk, Herman, met wat grijs erin. En met bijpassende sokken… ook met wat grijs erin.”
Automatisch pakte ik de enige stropdas met grijs erin van mijn onderarm en hield hem omhoog. “Over dames gesproken,” zei ik voorzichtig, “bent u van plan om vanavond tijdens het schaken tegen uw goede vriend Van Duinen wéér uw dame te verliezen? Net als vorige week.”
Antonella lachte hard en vals, draaide haar ogen weg en frunnikte aan haar brochure.
Mijn oom stak een vinger naar haar uit en zei: “Voor jou betekent deze reactie, dat als je morgen ontbijt op bed wilt, je vannacht maar in de keuken slaap.”
“Die uitspraak moet je in deze brochure laten opnemen, Oscar. Hier staan allemaal tegelwijsheden in. Die mevrouw komt vanmiddag bij ons langs en ik ben van plan een paar tegeltjes te bestellen.”
“Fijn voor je. Ik heb niets met tegeltjes en nog minder met wijsheden.”
Mijn oom draaide zich naar de spiegel en geïrriteerd ontdeed hij zich van zijn stropdas. Hij griste de stropdas met wat grijs erin uit mijn vingers en sloeg hem met een zwaai om de omhooggeslagen boord van zijn overhemd. Snel en handig fabriceerde hij een eenvoudige knoop.
“Vandaag geen dubbele Windsor?” vroeg Antonella met een plagerig stemmetje. Mijn oom keek haar vuil aan.
“Nee, vandaag voor mij geen dubbelleven.”

Hoewel mijn oom niets met tegeltjes en nog minder met wijsheden had, bladerde hij toch de halve middag in Antonella’s brochure. Hij zat in de bruin lederen Chesterfield fauteuil die schuin naast de openslaande deuren stond en zoog omzichtig aan een zojuist opgestoken Elisabeth Bas. De sigarenrook vergiftigde al snel de woonkamer, waardoor Antonella zich genoodzaakt voelde een bovenlicht open te zetten. Ze keek mijn oom misprijzend aan en haar gezicht verraadde dat ze zich afvroeg wat mijn oom toch met die brochure moest. Voor mij was dat duidelijk, hij was iets aan het uitbroeden.
De vrouw van de tegeltjes kwam tegen half vier. Een beetje laat, naar de zin van mijn oom. Ze was een vlot, extravagant type van bijna middelbare leeftijd en, volledig naar Antonella’s tevredenheid, modern gekleed. Na wat ditjes en datjes vertelde ze dat ze niet alleen tegelwijsheden bedacht, maar ook in een fabriek werkte waar ze boerenbont op servies schilderde. Het was een soort lopendebandwerk waarbij iedere medewerker op een dag met maar één kleur schilderde.
“Ahh,” zei mijn oom, “dus bijvoorbeeld de steeltjes op maandag en dinsdag en de blaadjes van de takjes op woensdag en donderdag.”
“Precies,” antwoordde de vrouw. “En vrijdags doe ik de bloemen.”
“Op de markt?” vroeg mijn oom.
De vrouw keek mijn oom bedremmeld aan.
Mijn oom kuchte verontschuldigend en vervolgde: “Zo, een bloemrijke vrouw dus… en een vrouw met een tweede baan.”
“Ach meneer, eer we vijftig jaar verder zijn, hebben we allemaal een tweede baan. En hard nodig ook… om rond te komen.”
“Gelooft u dat echt?” vroeg Antonella.
“Natuurlijk!” zei ze verontwaardigd. “Alles moet hier toch naar Amerikaans voorbeeld?”
“Wel, dat zal ik gelukkig niet meemaken,” zei mijn oom.
Antonella bestelde vier tegeltjes. Ze zouden over twee weken klaar zijn. Mijn oom begeleidde de vrouw onder gemompel naar de voordeur. Toen hij terugkwam zei Antonella: “Wat deed je geheimzinnig met die vrouw, Oscar.”
“O, ik heb een extra tegeltje besteld en vijf gulden korting voor je geregeld.”
“Een extra tegeltje?”
“Ja,” antwoordde mijn oom met een glimlach, “maar dat is een verrassing… alleen niet voor jou.”
Van Duinen meldde zich kort voor het avondeten af met griepklachten. Ook de week erop werd er niet geschaakt, omdat hij naar een receptie moest. Van Duinen kwam pas voor een schaakpartij opdagen op de dag waarop de tegeltjes werden afgeleverd. Het tegeltje van mijn oom was apart verpakt en borg hij zorgvuldig op, zonder er ook maar iets over te vertellen.

“Wat zit je toch de hele avond te gniffelen?” vroeg Van Duinen. “Zo geweldig sta je er niet voor. Net als drie weken geleden ben je ook nu je dame kwijt.”
“Je hebt gelijk, Maarten,” zei mijn oom, “maar ter compensatie heb ik twee paarden en twee pionnen van jou. Het kan nog best remise worden.” Hij krabde zich onder de kin en vervolgde: “Ik vraag mij trouwens af waarom jij altijd zo gefixeerd bent op de dame. Was dat maar in het echte leven zo. Sinds het overlijden van je vrouw heb je volgens mij geen vrouw meer gehad.”
Van Duinen keek mijn oom streng aan.
“Op dit moment zijn er twee vrouwen in mijn leven, Oscar.”
Mijn oom boog nieuwsgierig naar voren en zei: “Je meent het!”
“Ja, de witte en de zwarte dame. Ze liggen elke avond naast me in bed. De ene links van me, de andere rechts.”
“Koning Maarten en zijn houterige vrouwen,” schaterlachte mijn oom.
Ruim een half uur later kon mijn oom zijn koning omleggen. Hij gaf Van Duinen ter felicitatie een hand, stond op en liep de kamer uit. Even later kwam hij met een plat pakje terug en gaf dit aan Van Duinen.
“Alsjeblieft, Maarten, een klein cadeautje. Maak het maar open, maar doe het wel voorzichtig, het is breekbaar.”
Van Duinen keek mijn oom verbaasd aan, niet gewend dat hij van hem een cadeautje kreeg. Uit de verpakking haalde hij een tegeltje. Bij het lezen van de tekst haalde hij zijn wenkbrauwen op.

Wie de dame van zijn gastheer schaakt…